Verrassingstocht Geloofsgemeenschap Reiderland, altijd in teken van dominees-echtpaar Ader

29-07-2016 15:10

Bad Nieuweschans- Volgende week woensdag 3 augustus is er weer de jaarlijkse verrassingstocht georganiseerd door Ds. Ader-stichting van Geloofsgemeenschap Reiderland, waaronder Finsterwolde, Beerta, Bad Nieuweschans, Nieuw Beerta, Drieborg en Blauwestad vallen. Het is een tocht die begint vanuit verzorgingshuis De Tjamme in Beerta en eindigt elk jaar in Bad Nieuweschans aan de Kruisstraat nummer 1. Aangezien het een verrassingstocht wordt het programma dan ook niet bekend gemaakt, maar traditiegetrouw wordt er in de zaal Rehoboth te Bad Nieuweschans een passende afsluiting georganiseerd en allemaal dankzij vele vrijwilligers. Er is overigens geen mogelijkheid meer voor meer aanmeldingen. Voorheen ging de tocht met eigen auto's maar de laatste jaren gaat het met een touringcar en vaak met dezelfde chauffeur die de mooiste plekjes aandoet. De familie Ader neemt nog steeds een heel belangrijke plaats in, in het gedachtengoed met name in de dorpen Drieborg, Nieuw Beerta en Beerta. In eerste instantie dominee Bastiaan Jan Ader, maar zijn vrouw Johanna Adriana Ader-Appels heeft met met name tijdens en na de oorlog ontzettend veel respect gekregen, door haar tomeloze inzet in het verzet, het helpen en begeleiden van onderduikers, de voedselbonnen etc.

  • Bastaan Jan Ader en Johanna Adriane Ader-Appels

Het gezin Ader

Johanna Adriana Ader-AppelsOverleden., geboren op 9 mei 1906 en overleden te Winschoten op 31 juli 1994 is een Nederlandse evangeliste en verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij is de echtgenote van Bastiaan Jan AderOverleden., de Nederlands-hervormde predikant van de dorpen Drieborg en Nieuw-Beerta. Hij is daar predikant geweest van 1938 tot november 1944. Bastiaan Jan Ader wordt geboren op 30 december 1909 en is een leerling geweest aan het Wagenings-Lyceum. Hij woont in die tijd in Ede. Na zijn studie theologie in Amsterdam gaan ze wonen in de pastorie te Nieuw Beerta, tegenover de Hervormde kerk.

Ader is predikant in een gemeente, waar de meeste mensen van de kerk zijn vervreemd tengevolge van de enorme sociale tegenstellingen tussen boeren en arbeiders. Door zijn organisatorische talenten en zijn hartstochtelijke taakopvatting weet hij velen en met name jongeren aan zich te binden.

 

Johanna Adriane en Bastiaan Jan Ader zitten sinds het begin van de oorlog samen in het verzet. Ader zelf opereert onder de schuilnaam 'Van Zaan'. Tijdens de oorlog wordt hun pastorie een waar centrum voor hulp aan Joden, onderduikers en piloten. Ader-Appels en haar man nemen zelf veel Joodse onderduikers in huis en verzorgen het onderduiken van vele andere, waaronder Engelse piloten en regelen de distributie van bonkaarten tot ver buiten Nieuw Beerta. Buiten Nieuw Beerta heeft hij nauwe contacten met de verzetsgroep Radersma.

 

Eind 1944, onderweg naar Haarlem, in het kader van zijn verzetswerk, wordt Ds. Bastiaan Jan Ader opgepakt, gevangen gezet en komt hij uiteindelijk terecht in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Als represaille voor een aanslag op een Duitser is hij bij Veenendaal samen met vijf anderen op 20 november 1944 gefusilleerd nabij het kruispunt Oude Veense Grindweg/Veenendaalsestraatwet te Rhenen/Veenendaal. De zes lichamen blijven achter en worden twee dagen later door bewoners van Veenendaal begraven op de plaatselijke begraafplaats. Eind november 1944 wordt hij herbegraven bij zijn familie in Driebergen. Na de oorlog wordt hij bijgezet op Ereveld Loenen, waar hij rust in grafnummer 52, vak E.

 

Op de hoek van de Hoofdweg en de Molenweg in Nieuw Beerta staat een monument dat herinnert aan de Tweede Wereldoorlog. Het is een vier meter hoge zuil met daarop een beeldengroep in steen met de tekst 'Ongebroken 1940-1945'. In de kerk van Nieuw Beerta is een herinneringshoek ingericht aan Bastiaan Jan Ader en zijn vrouw. 

Zijn vrouw zet het verzetswerk voort. Na de oorlog wordt ze evangelist in Drieborg en Nieuw-Beerta en schrijft ze 'Een Groninger pastorie in de storm' (1947), een boek over haar belevenissen tijdens de oorlog, dat ook in het Duits en het Fins is vertaald.

Het boek is erg belangrijk voor het Ds. Aderfonds. De opbrengsten van het boek, dat mevrouw Ader heeft geschreven over de oorlogsjaren, die haar man het leven heeft gekost, verschijnt nog steeds in herdruk, waardoor het fonds niet slapend is geworden, maar nog steeds bestaat.

 

Citaat uit het boek:

"Wat mijn broer me van de situatie vertelde, was zeer alarmerend. Domie was gepakt in gezelschap van twee ondergedoken Duitse officieren en een Jood. Ze hadden bij het "verhoor" er hem toe willen brengen namen te noemen. Daartoe hadden ze hem mishandeld. Neusbeen en gehoorvlies waren stukgeslagen met een gummistok. De organisatie was voor Domie aan 't werk, maar je stond voor een muur, waar je niet door kon komen. Ze hadden hem Zaterdag uit de gevangenis in Haarlem willen lichten. Alle plannen waren daarvoor al heel goed voorbereid, maar nu was hij juist op Vrijdag naar Amsterdam overgebracht en uit die beruchte Gestapo gevangenis aan de Weteringschans kon het niet."

Indrukwekkend zijn de brieven, die Ader in gevangenschap schrijft aan zijn jonge gezin en de gedichten, zoals:
 

't Is niet om mij dat ik die muren uit wil duwen,
Naar ruimte hijg en schreeuw om recht!
'k Weet mij verward in een onmeedogend kluwen
En ken het deel dat mij zal worden toegelegd.
't Is niet om mij: 'k heb fel en taai gestreden,
Bij dag noch nacht begeerd naar rust;
'k Heb in het lijden der gedoemden meegeleden.
En vaar nu heen naar verre, lichte kust.
Maar 'k moet nog zoveel diepe dingen zeggen
Aan haar die altijd op mij wacht;
Ik moet een kindje in zijn bedje leggen
En kussen het een zacht goe-nacht!