Vestingmuseum krijgt gevelplaat van oude boerderij

19-08-2019

Openluchtmuseum Arnhem heeft de steen ter beschikking gesteld.....

VESTINGMUSEUM HEEFT DE BESCHIKKING GEKREGEN OVER EEN GEVELSTEEN UIT 1771 VAN EEN BOERDERIJ AAN DE HAMDIJK...

Bad Nieuweschans- Het Vestingmuseum aan de 1e Kanonnierstraat heeft de beschikking gekregen over een gevelsteen uit 1771, die behoorde bij de boerderij aan de Hamdijk 12 van de familie Renken. Deze 185 kilo zware steen is afkomstig van het Openluchtmuseum Arnhem en Robert Tuil en z'n team hebben er voor gezorgd dat de steen met een heftruck bij het museum is gekomen.
MUSEUM BESCHRIJVING
Hamdijk 12 was de boerderij van de familie Renken. Hier is een gevelsteen met de naam van de familie en het jaar 1771.
De boerderij, was een typische oude Oldambster boerderij. Hij stond een behoorlijk eind van de huidige weg, met de achtergevel daar naar toe. Het woongedeelte keek uit op de vroegere kleilaan, die liep van de grens bij Bellingwolde naar Booneschans. Het Verenigde kanaal (Boelo Tijdens-kanaal) kwam haast tot aan de boerderij. Voor het graven van dat kanaal werd 19 ha. van de oorspronkelijke bij de boerderij horende 35 ha. grond gebruikt.
Het gebied rond de boerderij was erg drassig. Vroeger moet rond de boerderij zelfs een gracht hebben gelegen met een ophaalbrug om in slechte tijden vreemde "stropers" uit Duitsland van het erf te houden.

De heer E. Twiest kocht de boerderij van de familie Renken.
Door de drassigheid van de grond traden kort voor de oorlog verzakkingen op aan het woongedeelte. De heer Twiest wilde het pand verbouwen, maar kwam tot de ontdekking dat het voorkwam op de monumentenlijst.
De heer Twiest bleef echter van plan te verbouwen en het Groninger Museum toonde wel belangstelling voor overname van de bedstedenwand en de schoorsteen.

Er werden soldaten ingekwartierd bij de familie Twiest en om de bedstedenwand te beschermen werd er door het Groninger Museum een houten wand voor getimmerd.
De oorlog kwam, het Museum zag van de koop af. Gezegd werd, dat de stukken veiliger zouden zijn, wanneer ze op het platteland zouden blijven.
De verzakkingen gingen door, verbouwing kon niet langer uitgesteld worden. De heer Twiest probeerde daarom het openluchtmuseum in Arnhem voor zijn boerderij te interesseren. Dat lukte. Het museum had belangstelling voor het hele voorgedeelte.
Op kosten van het museum zou dan een nieuwe voorgevel in het schuurgedeelte van de boerderij worden aangebracht.

In 1942 togen de architect en twee timmerlieden van het Arnhemmer museum naar Booneschans om met de afbraak te beginnen.
De schoorsteen van de boerderij werd voorzien van een bekisting en in zijn geheel meegenomen. De rest van het voorgedeelte werd steen voor steen afgebroken.
Op het dak lagen toen nog handgebakken dakpannen, met een gewicht van 6 à 7 kilo per stuk. De muren bleken bijna een halve meter dik. Het houtwerk van de boerderij, vermoedelijk Russisch grenen, bleek bijzonder gaaf.
De gevelsteen bestond uit twee schilden. De steen had aan de bovenkant een ovale vorm en leek veel op een zwerfkei.
Naast de twee schilden was iets afgebeeld dat "op gordijnen met koorden" leek, herinnert de heer Twiest zich. De heer Twiest heeft ooit een lid van de familie Renken ontmoet die een zegelring droeg, met daarin hetzelfde wapen.
Onder het wapen in de gevelsteen stond het opschrift: C.C. Renken-G.M. Starke,

1771, den 3 september. Onder deze tekst bleek nog iets zichtbaar van wat vermoedelijk een ouder familiewapen moet zijn geweest, dat de steen moet hebben gesierd voordat die in de boerderij te Booneschans werd geplaatst.
De bedstedenwand was in blauwe kleuren geschilderd. Er waren symbolen op aangebracht, die allen voor de landbouw een betekenis hadden. Volgens de heer Twiest bestond de bedstedenwand uit grenenhout en waren er niet eiken lijsten en loofwerk op aangebracht.
Bedstedenwand, schoorsteen en gevelsteen zijn met het voorhuis verhuisd naar Arnhem. Ze worden in depot gehouden. Arnhem wacht op de mogelijkheid om een gave Groninger boerderij te kunnen aankopen, waarin een en ander zou kunnen worden opgebouwd.
Het transport gebeurde per schip.
Na de afbraak van het voorhuis werd met de verbouwing begonnen. In de vroegere schuur, waar toen ook al woonvertrekken waren ondergebracht, werden nog een slaapkamer en een bergruimte afgetimmerd.
Lang zou de boerderij niet blijven staan.

Na de oorlog werd de boerderij aan de familie Brouwer verkocht. In de jaren 1947/'48 werd het gebouw afgebroken. De materialen werden gebruikt om een schuur in Bellingwolde op te bouwen, die tijdens het oorlogsgeweld in vlammen was opgegaan. (foto: de gevelsteen)